Later

Later als ik groot ben neem ik grijze lokken in lange, mooie krullen.
Niet van die korte pieken of een keurig watergolfje.
En als rimpels neem ik kraaienpootjes
zo vrolijk rond mijn ogen.
Wallen neem ik niet en ook geen zure blik.

Later als ik groot ben neem ik een wandelstok.
Zo één waar je een dansje mee kunt doen. Misschien worden mijn passen dan weer vederlicht.
Ik neem een hoge stem maar niet al te pril en en hangbuikzwijn; dát is wat ik wil.
Gewoon in huis, dan bak ik koekjes en eet hij ze op.

Later als ik groot ben neem ik vijf goede kiezen en geen kunstgebit
en twee benen waar nog wat pit in zit.
Mijn borsten mogen hangen, dat hoort nou eenmaal zo. Dan drink ik melk uit een borrelglas want melk is gezond.
Mijn grootma deed dat ook. Dan mag ik soms best een borrel uit een melkglas en zal ik op haar proosten.

Later als ik groot ben draag ik mijn bril niet meer want dat heeft dan toch geen zin. Want later heb ik alles al gezien. En leven; dat deed ik toch al met mijn hart.

(Geschreven voor en op de toekomstmuur in Den Helder)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *